View Full Version : Wekelijks bijbelleesprogramma (OT)
Boanerges
17 mei 2005, 09:33
Beste allemaal,
Vinden jullie het leuk om het wekelijks bijbelleesprogramma van de Theocratische Bedieningsschool (ook) op ons forum te doen?
De instructies voor Hoofdpunten uit het Bijbelleesprogramma zeggen in iets gewijzigde vorm onder meer:
"... [Jullie kunnen] commentaar geven op elk deel van het bijbelleesgedeelte voor die week. Dit dient niet slechts een samenvatting van het toegewezen leesgedeelte te zijn. Het voornaamste doel is de [lezers] te helpen beseffen waarom en hoe de inlichtingen waardevol zijn. ... [Hierbij nodig ik jullie uit om] korte commentaren ... te geven over interessante punten die jullie bij het bijbellezen zijn tegengekomen en hoe ze tot nut zijn. ..."[hr:c581b3b58b] Deze week: 2 Samuël 9-12
(Je kunt hiervoor onder meer het artikel uit de WT 15 mei 2005 "Hoofdpunten uit het boek Twee Samuël" gebruiken)
Boanerges
17 mei 2005, 10:11
"Nu gebeurde het tegen de avondtijd dat David voorts van zijn bed opstond en op het dakterras van het huis van de koning ging rondwandelen; en vanaf het dakterras zag hij toen een vrouw die zich aan het baden was, en de vrouw was zeer mooi van uiterlijk. Toen liet David naar de vrouw informeren en iemand zei: "Is dat niet Bathséba, de dochter van Elíam, de vrouw van Uría de Hethiet?" Daarna zond David boden om haar te halen. Zij dan kwam bij hem en hij lag bij haar, terwijl zij zich nog aan het heiligen was van haar onreinheid. Later keerde zij naar haar huis terug. En de vrouw werd zwanger. Dientengevolge liet zij het David weten en zei: "Ik ben zwanger." Daarop zond David een boodschap aan Joab en liet zeggen: "Stuur Uría de Hethiet naar mij toe." Joab stuurde Uría dus naar David. Toen Uría bij hem kwam, ging David vragen hoe Joab het maakte en hoe het volk het maakte en hoe het stond met de oorlog. Ten slotte zei David tot Uría: "Daal af naar uw huis en baad uw voeten." Bijgevolg ging Uría het huis van de koning uit, en het eregeschenk van de koning werd hem nagebracht. Maar Uría legde zich neer aan de ingang van het huis van de koning bij alle andere knechten van zijn heer, en hij daalde niet af naar zijn eigen huis. Men vertelde het dus aan David en zei: "Uría is niet naar zijn eigen huis afgedaald." Daarop zei David tot Uría: "Gij zijt toch van een reis teruggekomen, niet waar? Waarom zijt gij niet naar uw eigen huis afgedaald?" Hierop zei Uría tot David: "De Ark en Israël en Juda wonen in hutten, en mijn heer Joab en de knechten van mijn heer zijn gelegerd op de oppervlakte van het veld, en ik - zal ik naar mijn eigen huis gaan om te eten en te drinken en bij mijn vrouw te liggen? Zo waar gij leeft en zo waar uw ziel leeft, zo iets zal ik niet doen!" Toen zei David tot Uría: "Blijf ook vandaag hier, en morgen zal ik u wegzenden." Derhalve bleef Uría die dag en de dag daarop te Jeruzalem. Voorts riep David hem opdat hij in zijn tegenwoordigheid zou eten en drinken. Hij dan maakte hem dronken. Niettemin ging hij 's avonds naar buiten om zich neer te leggen op zijn bed bij de knechten van zijn heer, en hij daalde niet af naar zijn eigen huis. 's Morgens nu geschiedde het dat David een brief ging schrijven aan Joab en die door de hand van Uría verzond. Hij dan schreef in de brief aldus: "Plaatst Uría vooraan bij de hevigste gevechtsaanvallen, en gijlieden moet U van achter hem terugtrekken, en hij moet neergeslagen worden en sterven." - 2 Sam. 11:2-15
Deze openhartige kritiek op koning David - geuit door de schrijvers van Twee Samuël, namelijk de profeten Gad en Nathan - is opmerkelijk. Deze twee profeten hadden een hechte band met koning David, maar desondanks verborgen zij de onjuiste daden van hun koning - de Gezalfde van Jehovah - niet. Ook uit dit verslag blijkt duidelijk dat hun Inspirator Jehovah van mening is dat fouten en misstappen van zijn aangestelde dienstknechten - ongeacht hoe prominent ze zijn - niet in de doofpot gestopt moeten worden. De genoemde fouten en misstappen brachten weliswaar smaad op Davids naam en reputatie (en indirect ook op Jehovah's naam), maar kennelijk vindt Jehovah openhartigheid, eerlijkheid en nederigheid belangrijker. Hij belooft zelf zorg te dragen voor de heiliging van zijn naam, waarbij Hij op zijn eigen vastgestelde tijd zijn naam van alle smaad zal zuiveren.
Deze openhartige, eerlijke verslagen sieren de heilige geschriften, en de (zelf)kritiek doet helemaal niets af aan de waarde ervan. Integendeel, het kritisch vermogen van de bijbelschrijvers verhoogt ons respect en liefde voor de waarheidsgetrouwe uitspraken van onze God Jehovah. Het is duidelijk dat de geïnspireerde bijbelschrijvers genoeg liefde voor de waarheid hadden om uit loyaliteit aan Jehovah eerlijk en kritisch naar zichzelf en elkaar te kijken. Daar kunnen we als getuigen van Jehovah in deze tijd beslist iets van leren. Waarom?
Het artikel "Waarom een fout toegeven?" in de Wachttoren van 15 november 1993, pagina 30, zegt hierover:
"Door hun fouten toe te geven en zich oprecht te verontschuldigen zullen ook christelijke ouderlingen geholpen worden in harmonie met elkaar samen te werken en ’elkaar eer te betonen’ (Romeinen 12:10). Een ouderling aarzelt misschien een fout toe te geven omdat hij bang is dat dit zijn gezag in de gemeente zal ondermijnen. Maar een fout trachten te rechtvaardigen, ontkennen of vergoelijken zal er veel eerder toe leiden dat anderen hun vertrouwen in zijn leiding verliezen. Een rijpe broeder die zich, misschien voor een onnadenkende opmerking, nederig verontschuldigt, wint het respect van anderen."
Kan het zijn dat het BL misschien ook aarzelt haar fouten inzake de NGO-kwestie en de afhandeling van seksueel kindermisbruik toe te geven, omdat deze broeders bang zijn dat dit hun gezag in de gemeenten zal ondermijnen? We spreken de hoop uit dat onze broeders die de leiding nemen het respect en vertrouwen van de verstrooide schapen zullen herwinnen door de les uit 2 Sam. 11:2-15 ter harte te nemen.
PS: Wie volgt met nog andere leerzame commentaren?
Ook ik hoop van harte dat zij dit zullen gaan doen.
Groet,
Tsuyoshi
Syntelia
18 mei 2005, 22:08
Beste bijbelliefhebbers,
In aansluiting op het commentaar van Boanerges vond ik het verslag van de wijze waarop Nathan, koning David terechtwees leerzaam. ( 12: 1- 9 )
Nathan moet David goed hebben gekend. Hij zal ongetwijfeld op de hoogte zijn geweest van de herderliefde van David toen hij ter inleiding van zijn goddelijke terechtwijzing de gelijkenis van de rijke en onbemiddelde man gebruikte.
Het getuigde in ieder geval van goede smaak.
Deze benadering bracht meteen de harte toestand van de zondaar David naar boven.
Daar David zich goed kon verplaatsen in de positie van de onbemiddelde man, werd zijn rechtvaardigheidsgevoel onmiddellijk aangesproken en bracht David in toorn uit te roepen: “Zo waar Jehovah leeft, de man die dat doet, verdient te sterven!”. ( vs. 5 )
Nathan ontnuchterde David direct door zijn gelijkenis op hem van toepassing te brengen met de woorden: “Gijzelf zijt die man!...” ( vs. 7 )
Door deze methode toe te passen kon Nathan vaststellen of David al dan niet berouw toonde van zijn zondige handelingen. ( interessante methode voor dienende ouderlingen die zitting hebben in een gerechtelijk comité en dienen vast te stellen of er een mate van berouw aanwezig is bij de kwaadpleger ).
Nadat de werkelijkheid en de ernst van zijn daden tot David zijn doorgedrongen is het van belang hoe hij reageerde op de goddelijke terechtwijzing die Nathan gaf. Ja hoe reageerde hij als de door Jehovah gezalfde en aangestelde koning over Gods volk Israël? Vers 13 zegt hierover: “David zei nu tot Nathan: ‘Ik heb tegen Jehovah gezondigd.’”
Deze juiste en openlijke belijdenis van zjjn zonden tezamen met uit zijn hart gegrepen reactie liet zijn berouwvolle houding zien.
Welk een contrast vormt de houding van de verantwoordelijke leden van het BL, nadat zij onderzoekende vragen kregen te beantwoorden over de afhandeling van de kindermisbruik zaken, alsmede de NGO / VN verbintenis.
Wat was Jehovah’s reactie op deze openhartige en nederige belijdenis van David?
In het vervolg van vers 13 staat: “Hierop zei Nathan tot David: ‘Jehovah laat van zijn kant uw zonde werkelijk voorbijgaan. Gij zult niet sterven.’”
Laat Jehovah’s reactie een aanmoediging voor deze broeders zijn om alsnog openlijk belijdenis te doen van hun zonden.
Tot slot, waar ging het mis in het geval van David? Waar ging het mis met de hedendaagse leiders van Gods volk?
Bij monde van Nathan zegt Jehovah in vers 9: “ Waarom hebt gij het woord van Jehovah veracht, door te doen wat kwaad is in zijn ogen? “
Hoe waar is het gezegde: :? ‘Geld is een goede dienaar, maar een slechte meester’ ( 1 Ti.6: 10 ) :shock:
Syntelia
Hungry 4 truth
20 mei 2005, 00:58
Beste allemaal,
De fout die David maakte was dat, nadat hij overspel had gepleegd, hij probeerde deze zonde verborgen te houden. Daardoor stapelde hij zonde op zonde door Uria, een onschuldige, de dood in te jagen. Hij moest zichzelf ook verlagen tot een leugenaar om de indruk te kunnen wekken dat Batshéba zwanger was van Uria.
We leren dus dat de beste handelwijze wanneer wij een zonde begaan is om meteen de zaak recht te zetten.
Groetjes, H4T
Powered by vBulletin® Version 4.1.12 Copyright © 2012 vBulletin Solutions, Inc. All rights reserved.