PDA

View Full Version : Goddelijke Geheimen Onthuld ( OT )



Syntelia
27 mei 2005, 04:07
Goddelijke Geheimen Onthuld

[align=justify:66a97fd315]Mensen zijn van nature nieuwsgierig. Daarom hebben geheimen een stimulerend effect op onze nieuwsgierigheid. Jehovah God is niet alleen de bewaarder van geheimen, maar tevens de onthuller ervan. Wanneer het om goddelijke geheimen gaat hoeven we onze nieuwsgierigheid niet lang te bedwingen.

Vine’s verklarend woordenboek van de heilige schrift zegt over het woord ‘geheim’ [Gr. muste’rion]: “In tegenstelling tot de algemene betekenis van het woord ‘geheim‘ (achtergehouden kennis), is de bijbelse betekenis: geopenbaarde waarheid”.

Nadat de apostel Paulus zo’n juweel van een goddelijk geheim heeft onthuld, komt hij tot de volgende conclusie: “Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis, hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk zijn wegen” (Rom. 11:33 – NBG).

Welk goddelijk geheim had Paulus zojuist onthuld? En waaruit bleek nu hierin ‘Gods wijsheid’ en ‘ondoorgrondelijk(heid) van zijn oordelen’?

Vers 25 - 27 onthult het volgende hierover:”Want ik wil niet, broeders, dat gij onwetend zijt omtrent dit heilige geheim, opdat gij niet beleidvol zijt in uw eigen ogen: dat er over Israël gedeeltelijk een afstomping der zinnen is gekomen totdat het volledige aantal mensen der natiën is binnengekomen, en op deze wijze zal heel Israël gered worden. Zoals er staat geschreven: ‘De bevrijder zal uit Sion komen en de goddeloze praktijken van Jakob afwenden. En dit is het verbond van mijn zijde met hen, wanneer ik hun zonden wegneem.’” (NW vert.)

Allereerst valt ons op dat Paulus tegemoetkomt aan onze nieuwsgierigheid, maar doet dat wel met een duidelijk doel voor ogen. Hij “schrijft aan allen die te Rome zijn als Gods geliefden, geroepen om heiligen te zijn “ (Rom. 1:7); of met de woorden van hoofdstuk 11vers 13 te zeggen: “Nu spreek ik tot u die mensen der natiën zijt.”

Paulus wilde voorkomen dat de aan hen betoonde Goddelijke onverdiende goedheid hun superieure gevoelens zouden geven, dat zij zich meer zouden voelen dan hun Joodse broeders , zoals de schriftplaats zegt: “beleidvol in uw eigen ogen” zouden worden.

Alhoewel de meeste onder ons niet de hemelse roeping hebben, zijn de meeste van ons wel afkomstig uit de mensen der natiën, die het vooruitzicht hebben om Gods onverdiende goedheid te mogen ervaren, op basis van geloof in het offer van Christus. Daarom dient het ons eveneens tot nederigheid te bewegen in plaats van ons hooghartig op te stellen jegens andere (mede) gelovigen.

Paulus maakt dit aspect verder duidelijk in de verzen 30 -32: “Want evenals gij eens ongehoorzaam aan God zijt geweest, maar u nu vanwege hun ongehoorzaamheid barmhartigheid is betoond, zo zijn ook dezen nu ongehoorzaam geweest, wat barmhartigheid voor u tot gevolg heeft gehad, opdat ook hun nu barmhartigheid betoond zou worden. Want God heeft hen allen tezamen in ongehoorzaamheid opgesloten om aan hen allen barmhartigheid te betonen."

Paulus beredeneert hier dat er in wezen geen verschil bestaat, geen superioriteit is tussen de natuurlijke Joden, die onder een verbond zijn geboren, en mensen der natiën. Beiden hebben op enig moment in ongehoorzaamheid aan God geleefd, en beiden zijn hierdoor afhankelijk geworden van Jehovah’s barmhartigheid.

Wat valt er op te merken over het heilige geheim (geopenbaarde waarheid) : “dat er over Israël gedeeltelijk een afstomping der zinnen is gekomen totdat het volledige aantal mensen der natiën is binnengekomen, en op deze wijze zal heel Israël gered worden.”?

Hier worden 3 elementen van de geopenbaarde waarheid belicht, nl.:
• Afstomping der zinnen
• Redding als eindresultaat
• Tijdsperiode

Afstomping der zinnen

In eerste instantie moet worden opgemerkt dat de NW vertaling dit vers, althans in de Nederlandstalige uitgave ervan, wat ongelukkig heeft weergegeven. Hoe dat zo?

Wel, zoals dit vers hier is weergegeven, geeft het de indruk dat er over heel Israël een gedeeltelijke afstomping der zinnen is gekomen. Echter uit de context (vs. 7) blijkt dat er slechts over een deel van Israël een afstomping der zinnen is gekomen: “Juist hetgeen Israël ernstig zoekt, heeft het niet verkregen, maar de uitverkorenen hebben het verkregen. Van de overigen waren de zinnen afgestompt…”

In de Engelstalige NW vertaling komt dit aspect in vers 25 wel tot zijn recht. De NBG geeft dit versgedeelte als volgt weer: “Slechts een deel van Israël werd onbuigzaam,…”, hetgeen in overeenstemming is met de context.

In welk opzicht was er een ‘afstomping der zinnen’ (lett. Ongevoeligheid [van hart]) over een deel van Israël gekomen?
Wegens “…goddeloze praktijken van Jakob…”, welke als “zonden” werden aangerekend ( vs. 26, 27 )

Echter de context laat meer zien wat opgemerkt mag worden en tevens bovenstaande gedachte ondersteunt. Lees maar eens mee in de verzen 17 -24. Hier vergelijkt Paulus Gods volk met een olijfboom. Op zich is dat niet vreemd omdat Jehovah bij monde van de profeet Jesaja zijn volk met een wijngaard vergelijkt. Jes. 5: 7 zegt: “Want de wijngaard van Jehovah der legerscharen is het huis van Israël, en de mannen van Juda zijn de planting waar zijn lust naar uitging. En hij bleef hopen op recht, maar ziet! Wetsverkrachting; op rechtvaardigheid, maar ziet! Geschreeuw.”

Als gevolg van die goddeloze praktijken van Jakob (o.a. wetsverkrachting en geschreeuw) werden die ‘natuurlijke’ takken van de olijfboom weggekapt, die overeenkwamen met die Israëlieten waarvan hun daden van ongeloof de overhand kregen ondanks Jehovah’s liefdevolle vermaningen. Paulus noemt het in vers 20: “Om [hun] ongeloof werden zij weggebroken, maar gij staat door geloof.“

In vers 17 beschrijft Paulus het wonderlijke proces van enting van de olijfboom Israël: “Indien echter sommige van de takken werden weggebroken, maar gij, ofschoon een wilde olijfboom, daartussen werdt geënt en deel hebt gekregen aan de wortel der vetheid van de olijfboom, juich dan niet in triomf over de takken.”

Waren de vooruitzichten op herstel voor de weggekapte takken voor altijd verkeken? Paulus legt uit: “Wat hen betreft, indien zij niet in hun ongeloof blijven, zullen ook zij worden geënt; want God kan hen opnieuw enten. Want indien gij uit de van nature wilde olijfboom werdt weggesneden en tegen de natuur in op de gekweekte olijfboom werdt geënt, hoeveel te meer zullen dan dezen, die natuurlijke [takken] zijn, op hun eigen olijfboom worden geënt!” (vs. 23, 24)

Redding

Het doel van de procedure van enten, welke wordt toegepast in de fruitteelt en landbouw, is om het ras te veredelen en/of sterker te maken.

Hierin schuilt juist “de diepte van Gods wijsheid”. (vs. 33)

De natuurlijke Israëlieten kwamen door middel van geboorte onder het Mozaďsche verbond. Dit was tegen wil en dank. Daarom vervielen velen tot goddeloze praktijken, omdat zij niet vanuit hun hart Jehovah aanbaden. Deze symbolische takken werden in de eerste eeuw weggebroken en werden vervangen door takken van de wilde olijfboom, mensen der natiën, die wel van geloof blijk gaven en Jehovah vanuit het hart wilden aanbidden.

Paulus schrijft: “Daarom vraag ik: Zijn zij zó gestruikeld, dat zij volledig ten val zijn gekomen? Dat geschiede nooit! Maar door hun misstap is er redding der natiën, om hen tot jaloezie te prikkelen.” (vs. 11)

Zoals we in de verzen 23 en 24 hebben gezien bestond deze voorziening van enting op de wortel van de natuurlijke olijfboom nog steeds voor de reeds weggebroken takken. Dit zijn de leden van het letterlijke Israël die uiteindelijk door geloof nu vanuit het hart Jehovah gingen aanbidden.

De apostel Paulus was hiervan zelf een prachtig voorbeeld. Hij was van nature een Jood uit de stam Benjamin, en eerst een christenvervolger (vs. 1; zie ook Han.22:3, 4), maar werd door geloof in Christus uiteindelijk opnieuw geënt op de natuurlijke olijfboom. Daarom schreef hij: “Aangezien ik in werkelijkheid een apostel der natiën ben, verheerlijk ik mijn bediening, of ik wellicht op enigerlei wijze [degenen die] mijn eigen vlees [zijn], tot jaloezie kan prikkelen en sommigen uit hen kan redden.” (vs. 13, 14)

Hierdoor werd het volk Israël een ‘veredeld ras’, een beter en sterker Israël, ja een geestelijk Israël; “…en op deze wijze zal heel Israël gered worden. Zoals er staat geschreven: ‘ De bevrijder zal uit Sion komen en de goddeloze praktijken van Jakob afwenden. En dit is het verbond van mijn zijde met hen, wanneer ik hun zonden wegneem.’” (vs. 26, 27)

Wanneer Paulus bovenstaande gedachte schrijft, bedoelt hij dan dat het natuurlijke Israël als geheel een ‘generaal pardon’ van Jehovah zal ontvangen? Het antwoord op deze vraag is te vinden in Jes. 59: 20, waaruit Paulus hier een aanhaling doet,: “'En tot Sion zal de Terugkoper stellig komen, en tot hen die zich in Jakob van overtreding afkeren', is de uitspraak van Jehovah.“

Heb je het opgemerkt? Niet alle Israëlieten, maar slechts zij “die zich in Jakob van overtreding afkeren.“ Immers, dat is in overeenstemming met Paulus’ gelijkenis van de olijfboom met het opnieuw enten van de weggebroken takken. Hoe staat het dan met Jehovah’s “verbond van [zijn] zijde met hen”? (vs. 27)

““Zie! Er komen dagen”, is de uitspraak van Jehovah, ”en ik zal stellig met Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond sluiten; niet een gelijk het verbond dat ik met hun voorvaders heb gesloten op de dag dat ik hen bij de hand vatte om hen uit het land Egypte te leiden, welk verbond van mij zijzelf verbroken hebben,… Want dit is het verbond dat ik na die dagen met het huis van Israël zal sluiten”, is de uitspraak van Jehovah.“ Ik wil mijn wet in hun binnenste leggen, en in hun hart zal ik ze schrijven. En ik wil hun God worden en zij zullen mijn volk worden.”” (Jer. 31:31-33)

Deze passage uit Jeremia laat duidelijk zien wat het verschil is tussen de twee verbonden. Het eerste was het Mozaďsche verbond waaronder een ieder stond die uit Israël werd geboren. Dit verbond was op basis van werken der Wet. Nadat het offer van Jezus’ leven was gebracht werd het nieuwe verbond van kracht maar nu op basis van uitverkiezing, die plaats vindt vanuit een juiste harte toestand. Wegens het feit dat het ‘natuurlijke’ Israël dit eerste verbond door opstandigheid hebben verbroken, is het nieuwe verbond op basis van onverdiende goedheid.

Paulus benadrukt dit aspect in zijn brief aan de Romeinen: “Zo is er daarom ook in het tegenwoordige tijdperk een overblijfsel verschenen overeenkomstig een verkiezing ten gevolge van onverdiende goedheid. Indien het nu door onverdiende goedheid is, is het niet langer ten gevolge van werken…” (vs. 5, 6)

Interessant is de wijze waarop Jehovah zijn garantie omschrijft om zijn nieuwe verbondsbelofte gestand te doen. Nadat Jeremia heeft gememoreerd dat Jehovah de zon tot licht voor overdag, de maan en sterren tot licht van de nacht heeft gemaakt, die de zee opzweept, schrijft hij: “Dit heeft Jehovah gezegd: ‘Indien deze voorschriften van voor mijn aangezicht verwijderd konden worden’ (de inzettingen van de hemellichamen), is de uitspraak van Jehovah, ‘zou het ook mogelijk zijn dat zij die het zaad van Israël zijn, niet langer voor altijd een natie voor mijn aangezicht blijken te zijn.’” (Jer. 31:36)

Aangezien deze hemellichamen altijd zullen bestaan, zal overeenkomstig Gods garantie het zaad van Israël eveneens voor zijn aangezicht blijven bestaan!! In het volgende vers komt hij nogmaals tot een soortgelijke garantie; dat het voor Jehovah onmogelijk is het gehele zaad van Israël te verwerpen ondanks alles wat zij hebben gedaan.

Tijdsperiode

In het onthulde geheim wordt te kennen gegeven hoe lang de afstomping der zinnen van Israël zou duren. Paulus zegt: “…totdat het volledige aantal mensen der natiën is binnengekomen...” (vs. 25)

Die periode van afstomping der zinnen (lett. ongevoelig[heid] van hart) duurt tot de dag van vandaag nog voort, aangezien op dit moment nog niet ‘het volledige aantal (De volheid van getal) der natiën’ is binnengebracht.

Natuurlijk betreft het ‘volledige aantal’ hier de 144.000 leden van het geestelijke Israël. Het nog op aarde levende overblijfsel ervan, mag dan wel uitverkoren zijn, maar zijn nog niet verzegeld. Dit blijkt uit het visioen dat Johannes beschrijft in de Openbaring, hoofdstuk 7. Dit hoofdstuk is het vervolg van de gebeurtenissen welke een onderdeel vormen van het openen van de 6de zegel.

Nadat het voorgaande hoofdstuk beschrijft dat de Grote Verdrukking reeds is losgebarsten, vervolgt hoofdstuk 7 met de woorden: “Hierna zag ik aan de vier hoeken van de aarde vier engelen staan, die de vier winden van de aarde stevig vasthielden, opdat er geen wind zou waaien over de aarde of over de zee of over enige boom.“ (vs. 1)

Merk op dat het woord ‘hierna’ door Johannes wordt gebruikt om de volgorde van de gebeurtenissen aan te geven. Deze vier winden symboliseren Gods wereldomvattende oordeel, die nog worden tegengehouden met een speciaal doel. De verantwoordelijke engel zegt vervolgens: “”Brengt geen schade toe aan de aarde en de zee noch aan de bomen tot nadat wij de slaven van onze God aan hun voorhoofd verzegeld hebben.” En ik hoorde het aantal van hen die verzegeld werden, honderd vierenveertig duizend, verzegeld uit elke stam van de zonen van Israël.” (vs. 3, 4) [vergl. Matth. 24:21, 22; 29-31 {heb aandacht voor de volgorde van gebeurtenissen}]

Dit is dus nog een toekomstige gebeurtenis. Deze gedachte is in volledige harmonie met andere bijbelpassages die betrekking hebben op bovengenoemde tijd van het einde. De profetie van Daniël spreekt over de activiteiten van de koning van het Noorden gedurende de tijd van het einde: “En hij zal werkelijk terugkeren en verdoemenissen tegen het heilig verbond slingeren en doeltreffend handelen; en hij zal moeten terugkeren en zal acht geven op hen die het heilig verbond verlaten.“ (11:30) “En degenen die goddeloos handelen tegen [het] verbond, zal hij ( de koning van het Noorden) door middel van gladde woorden tot afval brengen.“ (11:32)

Zoals de profetie aankondigt zullen uitverkoren gezalfden, leden die onder het nieuwe verbond staan, gedurende de tijd van het einde goddeloos handelen [‘afstomping der zinnen’, of ongevoelig van hart] en tot afval worden gebracht.

Voor de verschillende leden van het hedendaagse BL die trouweloos handelen, waarvan ‘hun zinnen zijn afgestompt’, ja “beleidvol zijn in hun eigen ogen” (vs. 25), is het verstandig de betekenis van dit heilige geheim eigen te maken. In plaats van op Jezus’ tegenwoordigheid te wachten om als getrouw en beleidvol te worden bevonden, lopen zij vooruit op deze gebeurtenis, en hebben zichzelf reeds als ‘getrouw en beleidvol’ uitgeroepen, en daarbij zich op hardvochtige en tirannieke wijze erop laten voorstaan. (vergl. Ez. 34:4)

Het zal voor deze uitverkorenen verstandig zijn, ja zelfs van levensbelang om de treffende vermaning van Paulus ter harte te nemen: “ Heb niet langer hoge ideeën, maar koester vrees. Want indien God de natuurlijke takken niet heeft gespaard, zal hij ook u niet sparen.“ (vs. 20, 21)

Noodzakelijkerwijs zal door het wegvallen (‘wegbreken van de olijfboom takken’), nieuwe takken worden geënt op de vette wortel van symbolische olijfboom, ten einde het getal (144.000) vol te maken, om “het volledige aantal mensen der natiën” binnen te brengen.

Na dit heilige geheim ontrafeld te hebben kunnen we zeker instemmen met Paulus’ woorden: “O de diepte van Gods rijkdom en wijsheid en kennis! Hoe ondoorgrondelijk [zijn] zijn oordelen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen….Hem zij de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen.” (vs. 33, 36)[/align:66a97fd315]

Met christelijke groet,
Jullie broer Syntelia

Dennis
28 mei 2005, 00:37
Syntelia,

Wat een werkelijk geweldige bescrijving en uitleg van dit uiterst interessante tema!!!

Met deze prijzenswaardige voorstelling kan ik vele dingen nu veel beter begrijpen...
Je hebt me werkelijk ontroert met deze fantastische waarheden.

Wat een zee van waardevolle informatie hebben wij toch in onze Bijbels....en toch is het soms niet zo gemakkelijk om de juiste conclusies eruit te trekken. :roll: :oops:

Jehovah vertroost ons steeds weer wanneer wij zijn hulp het hardst nodig hebben,

Un saludo muy cordial,

GRACIAS Syntelia :!: :!:

Dennis.

paulat
28 mei 2005, 22:59
Hoi Syntelia,

Bedankt voor wederom mooie uiteenzetting!

Groet,

Tsuyoshi

Boanerges
2 juni 2005, 17:07
In eerste instantie moet worden opgemerkt dat de NW vertaling dit vers, althans in de Nederlandstalige uitgave ervan, wat ongelukkig heeft weergegeven. Hoe dat zo?

Wel, zoals dit vers hier is weergegeven, geeft het de indruk dat er over heel Israël een gedeeltelijke afstomping der zinnen is gekomen. Echter uit de context (vs. 7) blijkt dat er slechts over een deel van Israël een afstomping der zinnen is gekomen: “Juist hetgeen Israël ernstig zoekt, heeft het niet verkregen, maar de uitverkorenen hebben het verkregen. Van de overigen waren de zinnen afgestompt…”

In de Engelstalige NW vertaling komt dit aspect in vers 25 wel tot zijn recht. De NBG geeft dit versgedeelte als volgt weer: “Slechts een deel van Israël werd onbuigzaam,…”, hetgeen in overeenstemming is met de context.

Scherp........ :)

Een prachtig essay dat helpt om geestelijk te blijven denken. Bijzonder bedankt :!: :!:

Groet, Boa