Syntelia
14 juni 2005, 17:25
SCHENK AANDACHT AAN HET PROFETISCHE WOORD ! (OT)
(Zijn JG werkelijk Gods volk?)
[Opmerking: onderstaande ‘posting’ is een vervolg van een draadje, welk enkele maanden geleden is gestart op het ‘vragen van lezers’ forum van het Paradise Café met de onderhavige ondertitel]
Wanneer je voor het eerst wordt geconfronteerd met de ernstige misstanden binnen het WTG, geloof je het in eerste instantie niet. Het kan niet waar zijn, denk je, en wanneer de onthutsende feiten boven tafel komen en tot je doordringen, is het nňg niet gemakkelijk het te aanvaarden.
Veelal bedenk je argumenten die pleiten voor het tegendeel.
Zo verging het mij althans toen ik voor het eerst hoorde over de vrijwilligevrijages van het WTG met de VN in de NGO kwestie. Ik kon het maar nauwelijks geloven, en reageerde ontdaan. Als bijna vanzelfsprekend vergeleek ik de situatie met de gedwongenomstandigheden waarin onze broeders en zusters in Malawi in de 70-er jaren verkeerden. Zij werden omwille hun geweten, om strikt politiek neutraal te blijven gemarteld, vervolgd en veelal vogelvrij verklaard, wanneer zij weigerden een politieke partijkaart te kopen van slechts € 0,10.
Op de bladzijden van OW & WT werden onze medechristenen uit Malawi door het WTG als navolgenswaardige voorbeelden beschreven: ‘Het is bij hen enkel een kwestie van het geweten en van Gods wet. Omdat zij exclusief aan Jehovah God en zijn koninkrijk zijn toegewijd, weerhouden zij zich ervan partij te kiezen in een wereldlijke partijstrijd, aangezien Jezus ten aanzien van zijn volgelingen heeft gezegd: „Zij zijn geen deel van de wereld, evenals ik geen deel van de wereld ben.” — Joh. 17:16.—W ’73 01/08 ‘
Het ontkennen van dit soort van werkelijkheden en het willen sluiten van de ogen voor dit soort van informatie noemen we in de onderwijskundige psychologie: cognitieve dissonantie.
Anders gezegd, datgene wat je hoort (de nieuwe informatie) sluit niet aan bij het reeds bekende ( de bestaande, aanwezige informatie ). Omdat de bestaande informatie vaak ervaringen zijn van vele jaren ben je begrijpelijkerwijs niet snel bereid jouw waarheid ( jouw werkelijkheid ) prijs te geven.
Wanneer je jouw leven hebt gebouwd om het WTG (zegswijze: de waarheid) en dat vele tientallen jaren lang, dan stort letterlijk en figuurlijk jouw wereld in.
Het vermeende geestelijke paradijs waarin je dacht te vertoeven, verandert geleidelijk aan in een boze nachtmerrie.
Wellicht stel je bij jezelf de vraag: Heb ik het beste deel van mijn leven gegeven, en is dat dan alles voor niets geweest?
Je komt dan vanzelf bij de vraag uit: Zijn JG werkelijk Gods volk?
Volgens mij is het antwoord op deze vraag het best te geven aan de hand van de bijbelse profetieën. Wat ik van de e-Watchman essays heb geleerd, is dat je een juist begrip ( uitleg en betekenis) verkrijgt wanneer je parallelle gedachten of uitdrukkingen in de verschillende bijbel boeken met elkaar in verband brengt. Dat is dan ook de enig juiste bijbelse formule om profetieën te kunnen verklaren: “ Want dit weet GIJ in de eerste plaats, dat geen profetie der Schrift door enige eigen uitlegging ontstaat. Want nooit werd profetie door de wil van een mens voortgebracht, maar mensen hebben van Godswege gesproken zoals zij door heilige geest werden meegevoerd“ (2 Petr 1: 20,21).
Het verklaren of het uitleggen van bijbelprofetieën is dus geen zaak van mensen, maar het is de Almachtige God Jehovah zelf, die mensen met Zijn heilige geest heeft geďnspireerd om toekomstige ontwikkelingen, en op verschillende plaatsen in de bijbel te laten opschrijven.
Interessant in dit verband is het voorafgaande vers: “Dientengevolge is het profetische woord voor ons des te vaster [gemaakt], en GIJ doet goed er acht op te geven als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en er een dagster opgaat, in UW hart” ( vs. 19)
De apostel Petrus maakt deze opmerking nadat hij gewag heeft gemaakt van zijn aanwezigheid bij het ‘transfiguratie visioen’, waar de aanwezigen een blik in de toekomst werd vergund en Jezus in koninkrijksmacht zagen. Deze bijzondere ervaring, om reeds de profetische vervulling te mogen aanschouwen was voor Petrus en de andere aanwezigen enorm geloofsversterkend en een stimulans om nog meer vertrouwen te stellen in het profetische woord en uit te zien naar de vervulling ervan: “Dientengevolge is het profetische woord voor ons des te vaster [gemaakt]…”.
Maar hoe kan het ‘profetische woord’ voor ons in deze tijd ‘vaster’ (meer werkelijkheid) worden gemaakt?
Het antwoord ligt opgesloten in Petrus’ vermaning in het vervolg van hetzelfde vers: “…GIJ doet goed er acht op te geven als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en er een dagster opgaat, in UW hart”
Door aandacht te schenken aan, en te handelen naar het ‘profetische woord’, zal ons duistere hart worden verlicht, zoals een lamp ons beter (in)zicht geeft, ja meer duidelijkheid geeft, ‘totdat de dag aanbreekt dat er een dagster opgaat’
Wanneer zal die dag aanbreken?
Volgens het visioen aan Johannes in de Openbaring zal dit gebeuren waneer Jezus samen met zijn getrouwe gezalfde broeders de koninklijke scepter begint te zwaaien en de mensen der natiën zal weiden met een ijzeren staf, dan : “[zal] ik hem de morgenster geven”. ( Op. 2: 26-28 )
Daar Jezus met zijn 144.000 medekoningen nog niet de natiën met een ijzeren staf hebben geweid, is dit nog een toekomstige gebeurtenis en hebben in overeenstemming hiermee de koningen nog niet de morgenster ontvangen van onsterfelijkheid en de volledige verlichting van het profetische woord. Immers deze gebeurtenis hangt direct samen met de toekomstige vervulling van Christus’ tegenwoordigheid. ( Dit was juist het thema van het transfiguratie visioen )
Tot die tijd blijft Petrus’ vermaning aan ons actueel.
In mijn studie om de betekenis te begrijpen, ben ik meerdere profetische bijbelpassages tegengekomen die verwijzen naar “..het laatst der dagen”. Het zijn Jes. 2: 2; Jer. 23: 20; Jer.30: 24 ; Ezech.38: 16; Hos.3: 5; Micha 4:1 ( om enkele te noemen ).
Deze profetische bijbelboeken zijn in eerste instantie geschreven om Jehovah’s ontrouw geworden verbondsvolk Israël te waarschuwen. Ja zelfs na smeekbeden van Hem om Israël tot berouw te brengen, werden zijn profeten gebruikt om het oordeel aan Zijn afvallig geworden natie Israël aan te kondigen.
In het licht van deze bespreking is het van groot belang te onderscheiden dat Gods profeten naast oordeelsboodschappen tevens herstel profetieën bekendmaakten.
Doch de verwijzingen “in het laatst der dagen”, hetgeen een unieke aanduiding is voor de tijdsperiode die nog in de toekomst licht, ja die verband houdt met Jezus’ tegenwoordigheid, maakt duidelijk dat er nog een latere, uiteindelijke vervulling van deze profetieën zullen plaatsvinden.
Voorbeeld
Jeremia hoofdstuk 23:
“Ziet! De storm van Jehovah, louter woede, zal stellig losbarsten, ja, een wervelstorm. Op het hoofd van de goddelozen zal hij neerwervelen. De toorn van Jehovah zal zich niet afwenden, totdat hij volvoerd en totdat hij verwezenlijkt zal hebben de denkbeelden van zijn hart. In het laatst der dagen zult GIJ met verstand daarop letten.” ( vs.19, 20 )
Jehovah’s wervelstorm die zal losbarsten is ongetwijfeld de strijd van Armageddon; ja de winden die volgens Openbaring 7: 1-3 over de aarde en de zee en de bomen zullen gaan waaien nadat de uitverkorenen zijn verzegeld.
Is het redelijk om de vervulling in die toekomstige tijd te plaatsen?
De profetie verschaft de aanwijzingen hiervoor:“Zie! Er komen dagen”, is de uitspraak van Jehovah, „en ik zal David stellig een rechtvaardige spruit verwekken. En een koning zal stellig regeren en met doorzicht handelen en gerechtigheid en rechtvaardigheid in het land oefenen. In zijn dagen zal Juda gered worden, en Israël zelf zal in zekerheid verblijf houden. En dit is zijn naam waarmee hij genoemd zal worden: Jehovah is onze rechtvaardigheid.” (vs. 5, 6)
Wel de ‘spruit’ uit David die verwekt zal worden, en stellig als ‘koning met doorzicht zal regeren’ en ‘gerechtigheid en rechtvaardigheid in het land zal oefenen’ en ‘Jehovah is rechtvaardigheid genoemd zal worden’, is een beschrijving die slechts van toepassing kan worden gebracht op Jezus. ( vergl. Jes.9: 6, 7 )
De vervulling van Jeremia’s profetie kon daarom niet destijds in de oudheid na de 70 jarige ballingschap hebben plaatsgehad, noch toen Jezus in de 1ste eeuw op aarde kwam, omdat de profetie over deze ‘spruit’ zegt: dat hij als “…een koning stellig [zal] regeren”, en “In zijn dagen zal Juda gered worden,…”
Dit brengt de vervulling naar de toekomst, wanneer Jezus zijn koninklijke autoriteit aanwendt om de natiën met een ijzeren staf te weiden ten behoeve van het geestelijke “Juda”.
In dit verband zijn de volgende verzen eveneens betekenisvol: ””Daarom, zie! er komen dagen”, is de uitspraak van Jehovah, „en men zal niet meer zeggen: ’Jehovah leeft, die de zonen van Israël uit het land Egypte heeft opgevoerd’, maar: ’Jehovah leeft, die het nageslacht van het huis van Israël heeft opgevoerd en die [hen] heeft binnengeleid uit het land van het noorden en uit al de landen waarheen ik hen verdreven heb’, en zij zullen stellig op hun eigen bodem wonen.” (vs.7, 8 )
Zoals de profetie aangeeft zal de wijze waarop Jehovah bij de mensheid bekend stond een wezenlijke en betekenisvolle verandering ondergaan, hetgeen een verder bewijs vormt dat deze profetie een toekomstige vervulling moet hebben. De profetie zegt immers over Hem: “die [hen] heeft binnengeleid uit het land van het noorden en uit al de landen waarheen ik hen verdreven heb”
Het is waar dat Jehovah na de 70-jarige ballingschap een overblijfsel van zijn volk uit het geografisch noordelijker gelegen wereldrijk Babylon bevrijdde. Doch Daniël heeft als ‘eindtijd profeet’ tevens aangegeven dat de koning van het noorden [ waarschijnlijk de VN die straks als 8ste koning, het toekomstige wereldrijk, nog één uur autoriteit krijgt] die een inval zal doen in het Sieraadland, hetgeen een afbeelding vormt van verdrukking voor Gods christelijke gemeente hier op aarde ( Dan. 11: 40, 41 ).
Maar ook de toevoeging “…en uit al de landen waarheen ik hen verdreven heb”, maakt dat de vervulling kennelijk in een andere, toekomstige tijdsperiode plaats moet vinden.
Opvallend is dat Jeremia hier zegt dat Jehovah zelf zijn volk verdreven had naar andere landen. Hierbij rijzen direct twee vragen:
1. Op welke wijze zal Hij dit tot stand brengen?
2. Waarom is het noodzakelijk dat zijn volk verstrooid wordt?
Gelukkig verschaft de profetie zelf de antwoorden op deze vragen.
Jeremia beschrijft vervolgens: “„Wee de herders die de schapen van mijn weide ombrengen en verstrooien!”, is de uitspraak van Jehovah. Daarom, dit heeft Jehovah, de God van Israël, gezegd tegen de herders die mijn volk weiden: „GIJ zijt het die mijn schapen hebt verstrooid, en GIJ bleeft ze uiteendrijven en GIJ hebt UW aandacht niet op hen gericht.”
„Ziet, ik richt mijn aandacht op U, wegens de slechtheid van UW handelingen”, is de uitspraak van Jehovah.”. (vs. 2, 3)
Zal het plaatsvinden door de herders van Zijn eigen volk?
Deze herders kunnen onmogelijk een afbeelding vormen van de geestelijken van de christenheid, daar Jehovah spreekt over “mijn weide” en “mijn schapen”.
Jehovah richt zich hier niet tot alle herders van JG, maar slechts tot hen die “…de schapen van mijn weide ombrengen en verstrooien!”
Daar deze herders Jehovah’s volk niet de juiste geestelijke leiding verschaffen, maar in plaats daarvan op hardvochtige en tirannieke wijze organisatorische regels rigide uitvoeren, worden Gods schapen buiten de christelijke gemeente verstrooid, en zelfs onnodig ‘getekend’ of uitgesloten. Tevens verschaffen ze geen recht aan de geringe, en vaderloze [misbruikte] jongen of meisje (Jer. 5:28 ) Geen wonder dat Jehovah zijn herders als goddelozen zal behandelen omdat zij “…de schapen van mijn weide ombrengen en verstrooien!” Ja, omdat “hun machtsbetoon niet juist ”, zoals vers 10 het treffend onder woorden brengt zal Zijn toorn op hun hoofden neerkomen.
( vergl. Ez. 34: 8,9 [ …”en mijn herders mijn schapen niet zochten, maar de herders zichzelf bleven weiden en zij mijn eigen schapen niet weidden”’, daarom, GIJ herders, hoort het woord van Jehovah”],10, 20,21 )
Ben jij misschien z’n omgebrachte of verstrooide broeder of zuster? Ben je misschien weggegaan omdat je niet langer het onrecht in de christelijke gemeente kon aanzien? Wat zal er nu gebeuren met al die verstrooide schapen?
Het is werkelijk hartverwarmend te lezen wat de profetie hierover zegt: “En ikzelf zal het overblijfsel van mijn schapen bijeenbrengen uit al de landen waarheen ik ze verdreven had, en ik wil ze terugbrengen naar hun weidegrond, en ze zullen stellig vruchtbaar zijn en tot velen worden. En ik wil over hen herders verwekken die hen werkelijk zullen weiden, en zij zullen niet meer bevreesd zijn, noch zullen zij met enige verschrikking geslagen worden, en er zullen er [i]geen gemist worden”, is de uitspraak van Jehovah”. (vs. 3, 4)
Ja, Jehovah zelf zal zorg dragen voor de bijeen vergadering van ALLE verstrooide schapen, want “er zullen er geen gemist worden”
Waarom laat Jehovah toe dat zijn met schapen te vergelijken volk eerst worden verstrooid?
Welke reden Heeft Jehovah in deze tijd om het hedendaagse geestelijke Israël te corrigeren en te straffen?
De profetie beschrijft over Gods volk: “„En bij de profeten van Samaria heb ik gezien wat onbetamelijk is. Zij zijn opgetreden als profeten [die worden aangezet] door Baäl, en zij laten mijn volk, ja Israël, voortdurend ronddolen. En bij de profeten van Jeruzalem heb ik afschuwelijke dingen gezien: overspel plegen en in de leugen wandelen; en zij hebben de handen der boosdoeners gesterkt, opdat zij niet zouden terugkeren, een ieder van zijn eigen slechtheid. Zij zijn mij allen geworden als Sodom, en haar inwoners als Gomorra.”
Daarom, dit heeft Jehovah der legerscharen tegen de profeten gezegd: „Zie, ik doe hen alsem eten en ik wil hun gifwater te drinken geven. Want van de profeten van Jeruzalem is afvalligheid uitgegaan over het gehele land.”” ( vs. 13- 15 )
Samaria staat als hoofdstad van Efraďm, de belangrijkste stam van Israël, symbool voor geheel het tien stammenkoninkrijk Israël. In de dagen van koning Achab werd vooral onder invloed van zijn vrouw Izebel, de Baäl aanbidding onder Gods volk bevorderd door het bouwen van een altaar, een tempel, en met het oprichten van een heilige paal ten behoeve deze oorspronkelijke Kanaänitische godheden.
Jammer genoeg werd Gods verbondsvolk beďnvloed door deze heidense aanbidding en namen de religieuze gebruiken over. Jeremia beschrijft:
“En zij bouwden de hoge plaatsen van de Baäl om hun zonen in het vuur te verbranden als volledige brandoffers voor de Baäl, iets wat ik niet geboden had en waarvan ik niet gesproken had en wat in mijn hart niet was opgekomen.”’ (Jer. 19: 5)
Begrijpelijkerwijs riep deze slechtheid Jehovah’s woede op. Hoe kan er van de hedendaagse profeten van JG worden gezegd dat “Zij zijn opgetreden als profeten [die worden aangezet] door Baäl,”?
Het is waar dat we onze kinderen niet door het vuur laten gaan. Maar onze kinderen werden wel tot voor kort ‘opgeofferd’ wanneer zij seksueel misbruikt bleken te zijn door getolereerde pedofielen in onze organisatie. Vanwege de smaad op Jehovah’s naam ( lees: organisatie ) was het beleid erop gericht dat er geen wereldse autoriteiten werden ingelicht. Op deze wijze werden al deze kinderen levenslang opgezadeld met een trauma, ja in feite aan Baäl geofferd.
Zoals de ‘Silent Lambs’ beweging aantoont ( vereniging van vele duizenden misbruikte JG kinderen ) en de vele rechtzaken die in Amerika gaande zijn, bewijzen dat “…de handen der boosdoeners gesterkt” zijn. Misbruikte kinderen zijn door het absurde beleid van het WTG in deze kwestie in de kou blijven staan, er is hen geen recht verschaft, zodat de pedofielen vrij hun gang konden gaan en“zij niet zouden terugkeren, een ieder van zijn eigen slechtheid”
(zie verder: http://e-watchman.com/commentaries/may_31_watchtower_baal.html )
Het geestelijke overspel wat door enkele leden van het BL binnen het WTG met de VN is gepleegd, waarmee de zo gepredikte politieke neutraliteit verloren is gegaan, maakt dat Jehovah niet langer exclusief is aanbeden. Vanaf het moment dat het werd ontdekt ( 2001) heeft het WTG gelogen over de reden van de verbintenis en deden voorkomen dat de voorwaarden voor lidmaatschap plotseling waren veranderd. Ook het feit dat zij verklaarden dat er niets heimelijk was aan de verbintenis, terwijl alle bijkantoren hierover geďnformeerd moesten worden omdat zij hiervan niet op de hoogte waren. Ja, Jehovah had afschuwelijke dingen gezien: “overspel plegen en in de leugen wandelen”.
Deze walgelijkheden zijn in Jehovah’s ogen zo slecht dat hij hen allen vergelijkt “…als Sodom, en haar inwoners als Gomorra.”
Ja, zoals de profetie te kennen geeft is de afvalligheid niet beperkt gebleven tot de slaaf zelf ( profeten), die verantwoordelijk is voor het uitdelen van geestelijke voedsel. Juist door hun onderwijs is de afvalligheid als een olievlek verspreid over het gehele volk.
Zij profeteren overeenkomstig hun eigen wens en maken door middel van hun onderwijs dat JG menen reeds in een goedgekeurde verhouding met God te staan.
Dit wordt vooral ondersteunt door de leerstelling dat we reeds in het ‘geestelijk paradijs’ leven. Doordat ons geleerd wordt dat de slaaf reeds de toets heeft doorstaan, maakt het dat we niet waakzaam meer zijn en worden we niet gewaarschuwd voor het oordeel dat eerst bij het ‘huis van God’ zal beginnen, gelijk in het visioen van Ezechiël 9: 6; “…en bij mijn heiligdom dient GIJ te beginnen.” Dus begonnen zij bij de oude mannen die vóór het huis waren.”; wordt beschreven. Dit alles maakt ons als Gods volk tot iets vergankelijks, iets ijdels.
Daarom lijkt de raad in de profetie voor ons als JG bijzonder actueel en treffend geformuleerd:
“Dit heeft Jehovah der legerscharen gezegd: „Luistert niet naar de woorden van de profeten die tot U profeteren. Zij maken dat GIJ tot ijdelheid wordt. Het visioen van hun eigen hart spreken zij — niet uit de mond van Jehovah. Zij zeggen steeds tot degenen die mij met minachting bejegenen: ’Jehovah heeft gesproken: „Vrede zult GIJ krijgen.”’ En [tot] een ieder die wandelt in de verstoktheid van zijn hart hebben zij gezegd: ’Geen rampspoed zal ulieden overkomen.’” ( vs. 16, 17)
Wanneer we het bovenstaande in ogenschouw nemen kunnen we begrijpen dat Gods woede alleen maar begrijpelijk en vanzelfsprekend is.
Terecht kunnen we ons de volgende vraag stellen: Is er nog wel hoop voor het geestelijke Israël, en Gods volk als geheel wanneer Jehovah hun slechtheid vergelijkt met Sodom en Gomorra?
We weten immers wat Jehovah in de oudheid met deze twee steden deed.
In het 30ste hoofdstuk beschrijft Jeremia hoe Zijn kijk op de zaak is,: “„Want ik ben met u”, is de uitspraak van Jehovah, „om u te redden; maar ik zal een verdelging aanrichten onder al de natiën waarheen ik u verstrooid heb. In uw geval zal ik echter geen verdelging aanrichten. En ik zal u in de juiste mate moeten corrigeren, daar ik u geenszins ongestraft zal laten.”” (vs. 11)
Hoewel ‘de grote verdrukking’ een ware tijd van benauwdheid voor Jehovah’s volk zal betekenen, zal het nodig zijn om ons “in de juiste mate [te] corrigeren” van de afvalligheid die is uitgegaan van de hedendaagse profeten van JG ( de slaaf ). Vanwaar die relatief wat milde straf?
Hoofdstuk 30 eindigt met nagenoeg dezelfde woorden als waar we de bespreking van hoofdstuk 23 mee begonnen, namelijk: het losbarsten van de storm van Jehovah als louter woede, inclusief de uitdrukking: “In het laatst der dagen zult GIJ daarop letten.”
Het volgende hoofdstuk begint dan met de woorden:
“„In die tijd”, is de uitspraak van Jehovah, „zal ik God worden voor al de families van Israël; en wat hen betreft, zij zullen mijn volk worden.”” ( 31: 1)
Ja, wanneer de correctie tijdens die grote verdrukking, in het laatst der dagen is aangebracht, zal Jehovah optreden ten behoeve van zijn verbondsvolk.
Wat beweegt Jehovah dit te doen? De profetie vervolgt: “Van verre is Jehovah zelf mij verschenen [waarop hij zei:] „En met een liefde tot onbepaalde tijd heb ik u liefgehad. Daarom heb ik u getrokken met liefderijke goedheid. Alsnog zal ik u herbouwen en gij zult werkelijk herbouwd worden, o maagd van Israël. Gij zult u nog tooien met uw tamboerijnen en werkelijk uitgaan in de dans der lachenden.”” (vs.3, 4)
De profetie geeft aan dat het Jehovah’s liefde tot onbepaalde tijd is waarmee Hij zijn volk heeft liefgehad. Volgens de voetnoot kan de uitdrukking ‘met liefderijke goedheid’ ook vertaald worden met ‘loyale liefde’. Dat vormt dan kennelijk de sleutel, de onvoorwaardelijke en trouwe liefde van Jehovah’s zijde aan Zijn verbondsvolk maakt het mogelijk dat Gods volk evenals in het verleden, in de toekomst barmhartig vergeving zal worden geschonken.
Merk alsjeblieft op dat Jehovah het geestelijke overspel van zijn volk zodanig reinigt, dat Hij zelfs spreekt van “..o maagd van Israël”.
Die trouwe of loyale liefde vond zijn oorsprong bij de aartsvader Abram. Jehovah ging met hem een eeuwigdurend verbond aan om zijn nageslacht te zegenen ” „Wat mij betreft, zie! mijn verbond is met u, en gij zult stellig een vader van een menigte natiën worden. En uw naam zal niet meer Abram worden genoemd, en uw naam moet Abraham worden, want tot een vader van een menigte natiën wil ik u maken. En ik wil u zeer, zeer vruchtbaar maken en wil u tot natiën doen worden, en koningen zullen uit u voortkomen. En ik wil mijn verbond gestand doen tussen mij en u en uw zaad na u overeenkomstig hun geslachten, als een verbond tot onbepaalde tijd, om mij aan u en aan uw zaad na u als God te doen kennen.” ( Ge. 17: 4 -7)
Jehovah is die belofte nog altijd niet vergeten en Hij zal blijkens Jeremia’s profetie in het laatst der dagen daadwerkelijk worden vervuld.
Destijds, in Jeremia’s dagen heeft Hij met prachtige vergelijkingen garanties gegeven voor die beloften: “Dit heeft Jehovah gezegd, die de zon geeft tot een licht overdag, de inzettingen van de maan en de sterren tot een licht in de nacht, die de zee opzweept, opdat haar golven onstuimig worden, wiens naam Jehovah der legerscharen is: „’Indien deze voorschriften van voor mijn aangezicht verwijderd konden worden’, is de uitspraak van Jehovah, ’zou het ook mogelijk zijn dat zij die het zaad van Israël zijn, niet langer voor altijd een natie voor mijn aangezicht blijken te zijn.’”
Dit heeft Jehovah gezegd: „’Indien de hemel boven gemeten kon worden en de grondvesten van de aarde beneden doorvorst konden worden, zou het ook mogelijk zijn dat ikzelf het gehele zaad van Israël verwerp wegens alles wat zij hebben gedaan’, is de uitspraak van Jehovah.” (Jer. 31: 35 -37)
Aangezien het onredelijk zou zijn te geloven dat deze hemellichamen verwijdert kunnen worden, is het eveneens onredelijk te verwachten dat Jehovah zijn verbondsvolk voor eeuwig zou verstoten.
En zoals vers 37 het vergelijkt: Daar het onmogelijk is de hemel te meten, of de grondvesten van de aarde te doorgronden, is tevens onmogelijk dat Jehovah het gehele zaad van Israël zou verwerpen.
De apostel Paulus beredeneerde dit eveneens in zijn brief aan de Romeinen ( zie: http://www.paradise-cafe.nl/viewtopic.php?t=214)
Conclusie:
We hebben gezien dat de huidige misstanden onder JG kennelijk een vervulling vormen van de door Jeremia opgetekende woorden. In plaats van te twijfelen aan het feit of wij Gods volk zijn, leveren deze ernstige misstanden binnen Gods huisgezin juist het overtuigende bewijs dat JG werkelijk Gods volk zijn.
We kunnen nu wellicht beter de waarde begrijpen waarom Petrus onder inspiratie optekende: “Dientengevolge is het profetische woord voor ons des te vaster [gemaakt], en GIJ doet goed er acht op te geven als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en er een dagster opgaat, in UW hart”
Ja, geliefde broeders en zusters, door acht te geven op het profetische woord, helpt ons in deze turbulente tijd te begrijpen wat de betekenis is van dingen die in onze organisatie plaatsvinden, totdat Jezus’ tegenwoordigheid een einde zal maken aan de afval binnen Gods gemeente. Dit begrip zal ons in de tussenliggende tijd niet van streek maken maar veeleer ons sterken om Jehovah getrouw te blijven dienen.
Jullie broer,
Syntelia
(Zijn JG werkelijk Gods volk?)
[Opmerking: onderstaande ‘posting’ is een vervolg van een draadje, welk enkele maanden geleden is gestart op het ‘vragen van lezers’ forum van het Paradise Café met de onderhavige ondertitel]
Wanneer je voor het eerst wordt geconfronteerd met de ernstige misstanden binnen het WTG, geloof je het in eerste instantie niet. Het kan niet waar zijn, denk je, en wanneer de onthutsende feiten boven tafel komen en tot je doordringen, is het nňg niet gemakkelijk het te aanvaarden.
Veelal bedenk je argumenten die pleiten voor het tegendeel.
Zo verging het mij althans toen ik voor het eerst hoorde over de vrijwilligevrijages van het WTG met de VN in de NGO kwestie. Ik kon het maar nauwelijks geloven, en reageerde ontdaan. Als bijna vanzelfsprekend vergeleek ik de situatie met de gedwongenomstandigheden waarin onze broeders en zusters in Malawi in de 70-er jaren verkeerden. Zij werden omwille hun geweten, om strikt politiek neutraal te blijven gemarteld, vervolgd en veelal vogelvrij verklaard, wanneer zij weigerden een politieke partijkaart te kopen van slechts € 0,10.
Op de bladzijden van OW & WT werden onze medechristenen uit Malawi door het WTG als navolgenswaardige voorbeelden beschreven: ‘Het is bij hen enkel een kwestie van het geweten en van Gods wet. Omdat zij exclusief aan Jehovah God en zijn koninkrijk zijn toegewijd, weerhouden zij zich ervan partij te kiezen in een wereldlijke partijstrijd, aangezien Jezus ten aanzien van zijn volgelingen heeft gezegd: „Zij zijn geen deel van de wereld, evenals ik geen deel van de wereld ben.” — Joh. 17:16.—W ’73 01/08 ‘
Het ontkennen van dit soort van werkelijkheden en het willen sluiten van de ogen voor dit soort van informatie noemen we in de onderwijskundige psychologie: cognitieve dissonantie.
Anders gezegd, datgene wat je hoort (de nieuwe informatie) sluit niet aan bij het reeds bekende ( de bestaande, aanwezige informatie ). Omdat de bestaande informatie vaak ervaringen zijn van vele jaren ben je begrijpelijkerwijs niet snel bereid jouw waarheid ( jouw werkelijkheid ) prijs te geven.
Wanneer je jouw leven hebt gebouwd om het WTG (zegswijze: de waarheid) en dat vele tientallen jaren lang, dan stort letterlijk en figuurlijk jouw wereld in.
Het vermeende geestelijke paradijs waarin je dacht te vertoeven, verandert geleidelijk aan in een boze nachtmerrie.
Wellicht stel je bij jezelf de vraag: Heb ik het beste deel van mijn leven gegeven, en is dat dan alles voor niets geweest?
Je komt dan vanzelf bij de vraag uit: Zijn JG werkelijk Gods volk?
Volgens mij is het antwoord op deze vraag het best te geven aan de hand van de bijbelse profetieën. Wat ik van de e-Watchman essays heb geleerd, is dat je een juist begrip ( uitleg en betekenis) verkrijgt wanneer je parallelle gedachten of uitdrukkingen in de verschillende bijbel boeken met elkaar in verband brengt. Dat is dan ook de enig juiste bijbelse formule om profetieën te kunnen verklaren: “ Want dit weet GIJ in de eerste plaats, dat geen profetie der Schrift door enige eigen uitlegging ontstaat. Want nooit werd profetie door de wil van een mens voortgebracht, maar mensen hebben van Godswege gesproken zoals zij door heilige geest werden meegevoerd“ (2 Petr 1: 20,21).
Het verklaren of het uitleggen van bijbelprofetieën is dus geen zaak van mensen, maar het is de Almachtige God Jehovah zelf, die mensen met Zijn heilige geest heeft geďnspireerd om toekomstige ontwikkelingen, en op verschillende plaatsen in de bijbel te laten opschrijven.
Interessant in dit verband is het voorafgaande vers: “Dientengevolge is het profetische woord voor ons des te vaster [gemaakt], en GIJ doet goed er acht op te geven als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en er een dagster opgaat, in UW hart” ( vs. 19)
De apostel Petrus maakt deze opmerking nadat hij gewag heeft gemaakt van zijn aanwezigheid bij het ‘transfiguratie visioen’, waar de aanwezigen een blik in de toekomst werd vergund en Jezus in koninkrijksmacht zagen. Deze bijzondere ervaring, om reeds de profetische vervulling te mogen aanschouwen was voor Petrus en de andere aanwezigen enorm geloofsversterkend en een stimulans om nog meer vertrouwen te stellen in het profetische woord en uit te zien naar de vervulling ervan: “Dientengevolge is het profetische woord voor ons des te vaster [gemaakt]…”.
Maar hoe kan het ‘profetische woord’ voor ons in deze tijd ‘vaster’ (meer werkelijkheid) worden gemaakt?
Het antwoord ligt opgesloten in Petrus’ vermaning in het vervolg van hetzelfde vers: “…GIJ doet goed er acht op te geven als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en er een dagster opgaat, in UW hart”
Door aandacht te schenken aan, en te handelen naar het ‘profetische woord’, zal ons duistere hart worden verlicht, zoals een lamp ons beter (in)zicht geeft, ja meer duidelijkheid geeft, ‘totdat de dag aanbreekt dat er een dagster opgaat’
Wanneer zal die dag aanbreken?
Volgens het visioen aan Johannes in de Openbaring zal dit gebeuren waneer Jezus samen met zijn getrouwe gezalfde broeders de koninklijke scepter begint te zwaaien en de mensen der natiën zal weiden met een ijzeren staf, dan : “[zal] ik hem de morgenster geven”. ( Op. 2: 26-28 )
Daar Jezus met zijn 144.000 medekoningen nog niet de natiën met een ijzeren staf hebben geweid, is dit nog een toekomstige gebeurtenis en hebben in overeenstemming hiermee de koningen nog niet de morgenster ontvangen van onsterfelijkheid en de volledige verlichting van het profetische woord. Immers deze gebeurtenis hangt direct samen met de toekomstige vervulling van Christus’ tegenwoordigheid. ( Dit was juist het thema van het transfiguratie visioen )
Tot die tijd blijft Petrus’ vermaning aan ons actueel.
In mijn studie om de betekenis te begrijpen, ben ik meerdere profetische bijbelpassages tegengekomen die verwijzen naar “..het laatst der dagen”. Het zijn Jes. 2: 2; Jer. 23: 20; Jer.30: 24 ; Ezech.38: 16; Hos.3: 5; Micha 4:1 ( om enkele te noemen ).
Deze profetische bijbelboeken zijn in eerste instantie geschreven om Jehovah’s ontrouw geworden verbondsvolk Israël te waarschuwen. Ja zelfs na smeekbeden van Hem om Israël tot berouw te brengen, werden zijn profeten gebruikt om het oordeel aan Zijn afvallig geworden natie Israël aan te kondigen.
In het licht van deze bespreking is het van groot belang te onderscheiden dat Gods profeten naast oordeelsboodschappen tevens herstel profetieën bekendmaakten.
Doch de verwijzingen “in het laatst der dagen”, hetgeen een unieke aanduiding is voor de tijdsperiode die nog in de toekomst licht, ja die verband houdt met Jezus’ tegenwoordigheid, maakt duidelijk dat er nog een latere, uiteindelijke vervulling van deze profetieën zullen plaatsvinden.
Voorbeeld
Jeremia hoofdstuk 23:
“Ziet! De storm van Jehovah, louter woede, zal stellig losbarsten, ja, een wervelstorm. Op het hoofd van de goddelozen zal hij neerwervelen. De toorn van Jehovah zal zich niet afwenden, totdat hij volvoerd en totdat hij verwezenlijkt zal hebben de denkbeelden van zijn hart. In het laatst der dagen zult GIJ met verstand daarop letten.” ( vs.19, 20 )
Jehovah’s wervelstorm die zal losbarsten is ongetwijfeld de strijd van Armageddon; ja de winden die volgens Openbaring 7: 1-3 over de aarde en de zee en de bomen zullen gaan waaien nadat de uitverkorenen zijn verzegeld.
Is het redelijk om de vervulling in die toekomstige tijd te plaatsen?
De profetie verschaft de aanwijzingen hiervoor:“Zie! Er komen dagen”, is de uitspraak van Jehovah, „en ik zal David stellig een rechtvaardige spruit verwekken. En een koning zal stellig regeren en met doorzicht handelen en gerechtigheid en rechtvaardigheid in het land oefenen. In zijn dagen zal Juda gered worden, en Israël zelf zal in zekerheid verblijf houden. En dit is zijn naam waarmee hij genoemd zal worden: Jehovah is onze rechtvaardigheid.” (vs. 5, 6)
Wel de ‘spruit’ uit David die verwekt zal worden, en stellig als ‘koning met doorzicht zal regeren’ en ‘gerechtigheid en rechtvaardigheid in het land zal oefenen’ en ‘Jehovah is rechtvaardigheid genoemd zal worden’, is een beschrijving die slechts van toepassing kan worden gebracht op Jezus. ( vergl. Jes.9: 6, 7 )
De vervulling van Jeremia’s profetie kon daarom niet destijds in de oudheid na de 70 jarige ballingschap hebben plaatsgehad, noch toen Jezus in de 1ste eeuw op aarde kwam, omdat de profetie over deze ‘spruit’ zegt: dat hij als “…een koning stellig [zal] regeren”, en “In zijn dagen zal Juda gered worden,…”
Dit brengt de vervulling naar de toekomst, wanneer Jezus zijn koninklijke autoriteit aanwendt om de natiën met een ijzeren staf te weiden ten behoeve van het geestelijke “Juda”.
In dit verband zijn de volgende verzen eveneens betekenisvol: ””Daarom, zie! er komen dagen”, is de uitspraak van Jehovah, „en men zal niet meer zeggen: ’Jehovah leeft, die de zonen van Israël uit het land Egypte heeft opgevoerd’, maar: ’Jehovah leeft, die het nageslacht van het huis van Israël heeft opgevoerd en die [hen] heeft binnengeleid uit het land van het noorden en uit al de landen waarheen ik hen verdreven heb’, en zij zullen stellig op hun eigen bodem wonen.” (vs.7, 8 )
Zoals de profetie aangeeft zal de wijze waarop Jehovah bij de mensheid bekend stond een wezenlijke en betekenisvolle verandering ondergaan, hetgeen een verder bewijs vormt dat deze profetie een toekomstige vervulling moet hebben. De profetie zegt immers over Hem: “die [hen] heeft binnengeleid uit het land van het noorden en uit al de landen waarheen ik hen verdreven heb”
Het is waar dat Jehovah na de 70-jarige ballingschap een overblijfsel van zijn volk uit het geografisch noordelijker gelegen wereldrijk Babylon bevrijdde. Doch Daniël heeft als ‘eindtijd profeet’ tevens aangegeven dat de koning van het noorden [ waarschijnlijk de VN die straks als 8ste koning, het toekomstige wereldrijk, nog één uur autoriteit krijgt] die een inval zal doen in het Sieraadland, hetgeen een afbeelding vormt van verdrukking voor Gods christelijke gemeente hier op aarde ( Dan. 11: 40, 41 ).
Maar ook de toevoeging “…en uit al de landen waarheen ik hen verdreven heb”, maakt dat de vervulling kennelijk in een andere, toekomstige tijdsperiode plaats moet vinden.
Opvallend is dat Jeremia hier zegt dat Jehovah zelf zijn volk verdreven had naar andere landen. Hierbij rijzen direct twee vragen:
1. Op welke wijze zal Hij dit tot stand brengen?
2. Waarom is het noodzakelijk dat zijn volk verstrooid wordt?
Gelukkig verschaft de profetie zelf de antwoorden op deze vragen.
Jeremia beschrijft vervolgens: “„Wee de herders die de schapen van mijn weide ombrengen en verstrooien!”, is de uitspraak van Jehovah. Daarom, dit heeft Jehovah, de God van Israël, gezegd tegen de herders die mijn volk weiden: „GIJ zijt het die mijn schapen hebt verstrooid, en GIJ bleeft ze uiteendrijven en GIJ hebt UW aandacht niet op hen gericht.”
„Ziet, ik richt mijn aandacht op U, wegens de slechtheid van UW handelingen”, is de uitspraak van Jehovah.”. (vs. 2, 3)
Zal het plaatsvinden door de herders van Zijn eigen volk?
Deze herders kunnen onmogelijk een afbeelding vormen van de geestelijken van de christenheid, daar Jehovah spreekt over “mijn weide” en “mijn schapen”.
Jehovah richt zich hier niet tot alle herders van JG, maar slechts tot hen die “…de schapen van mijn weide ombrengen en verstrooien!”
Daar deze herders Jehovah’s volk niet de juiste geestelijke leiding verschaffen, maar in plaats daarvan op hardvochtige en tirannieke wijze organisatorische regels rigide uitvoeren, worden Gods schapen buiten de christelijke gemeente verstrooid, en zelfs onnodig ‘getekend’ of uitgesloten. Tevens verschaffen ze geen recht aan de geringe, en vaderloze [misbruikte] jongen of meisje (Jer. 5:28 ) Geen wonder dat Jehovah zijn herders als goddelozen zal behandelen omdat zij “…de schapen van mijn weide ombrengen en verstrooien!” Ja, omdat “hun machtsbetoon niet juist ”, zoals vers 10 het treffend onder woorden brengt zal Zijn toorn op hun hoofden neerkomen.
( vergl. Ez. 34: 8,9 [ …”en mijn herders mijn schapen niet zochten, maar de herders zichzelf bleven weiden en zij mijn eigen schapen niet weidden”’, daarom, GIJ herders, hoort het woord van Jehovah”],10, 20,21 )
Ben jij misschien z’n omgebrachte of verstrooide broeder of zuster? Ben je misschien weggegaan omdat je niet langer het onrecht in de christelijke gemeente kon aanzien? Wat zal er nu gebeuren met al die verstrooide schapen?
Het is werkelijk hartverwarmend te lezen wat de profetie hierover zegt: “En ikzelf zal het overblijfsel van mijn schapen bijeenbrengen uit al de landen waarheen ik ze verdreven had, en ik wil ze terugbrengen naar hun weidegrond, en ze zullen stellig vruchtbaar zijn en tot velen worden. En ik wil over hen herders verwekken die hen werkelijk zullen weiden, en zij zullen niet meer bevreesd zijn, noch zullen zij met enige verschrikking geslagen worden, en er zullen er [i]geen gemist worden”, is de uitspraak van Jehovah”. (vs. 3, 4)
Ja, Jehovah zelf zal zorg dragen voor de bijeen vergadering van ALLE verstrooide schapen, want “er zullen er geen gemist worden”
Waarom laat Jehovah toe dat zijn met schapen te vergelijken volk eerst worden verstrooid?
Welke reden Heeft Jehovah in deze tijd om het hedendaagse geestelijke Israël te corrigeren en te straffen?
De profetie beschrijft over Gods volk: “„En bij de profeten van Samaria heb ik gezien wat onbetamelijk is. Zij zijn opgetreden als profeten [die worden aangezet] door Baäl, en zij laten mijn volk, ja Israël, voortdurend ronddolen. En bij de profeten van Jeruzalem heb ik afschuwelijke dingen gezien: overspel plegen en in de leugen wandelen; en zij hebben de handen der boosdoeners gesterkt, opdat zij niet zouden terugkeren, een ieder van zijn eigen slechtheid. Zij zijn mij allen geworden als Sodom, en haar inwoners als Gomorra.”
Daarom, dit heeft Jehovah der legerscharen tegen de profeten gezegd: „Zie, ik doe hen alsem eten en ik wil hun gifwater te drinken geven. Want van de profeten van Jeruzalem is afvalligheid uitgegaan over het gehele land.”” ( vs. 13- 15 )
Samaria staat als hoofdstad van Efraďm, de belangrijkste stam van Israël, symbool voor geheel het tien stammenkoninkrijk Israël. In de dagen van koning Achab werd vooral onder invloed van zijn vrouw Izebel, de Baäl aanbidding onder Gods volk bevorderd door het bouwen van een altaar, een tempel, en met het oprichten van een heilige paal ten behoeve deze oorspronkelijke Kanaänitische godheden.
Jammer genoeg werd Gods verbondsvolk beďnvloed door deze heidense aanbidding en namen de religieuze gebruiken over. Jeremia beschrijft:
“En zij bouwden de hoge plaatsen van de Baäl om hun zonen in het vuur te verbranden als volledige brandoffers voor de Baäl, iets wat ik niet geboden had en waarvan ik niet gesproken had en wat in mijn hart niet was opgekomen.”’ (Jer. 19: 5)
Begrijpelijkerwijs riep deze slechtheid Jehovah’s woede op. Hoe kan er van de hedendaagse profeten van JG worden gezegd dat “Zij zijn opgetreden als profeten [die worden aangezet] door Baäl,”?
Het is waar dat we onze kinderen niet door het vuur laten gaan. Maar onze kinderen werden wel tot voor kort ‘opgeofferd’ wanneer zij seksueel misbruikt bleken te zijn door getolereerde pedofielen in onze organisatie. Vanwege de smaad op Jehovah’s naam ( lees: organisatie ) was het beleid erop gericht dat er geen wereldse autoriteiten werden ingelicht. Op deze wijze werden al deze kinderen levenslang opgezadeld met een trauma, ja in feite aan Baäl geofferd.
Zoals de ‘Silent Lambs’ beweging aantoont ( vereniging van vele duizenden misbruikte JG kinderen ) en de vele rechtzaken die in Amerika gaande zijn, bewijzen dat “…de handen der boosdoeners gesterkt” zijn. Misbruikte kinderen zijn door het absurde beleid van het WTG in deze kwestie in de kou blijven staan, er is hen geen recht verschaft, zodat de pedofielen vrij hun gang konden gaan en“zij niet zouden terugkeren, een ieder van zijn eigen slechtheid”
(zie verder: http://e-watchman.com/commentaries/may_31_watchtower_baal.html )
Het geestelijke overspel wat door enkele leden van het BL binnen het WTG met de VN is gepleegd, waarmee de zo gepredikte politieke neutraliteit verloren is gegaan, maakt dat Jehovah niet langer exclusief is aanbeden. Vanaf het moment dat het werd ontdekt ( 2001) heeft het WTG gelogen over de reden van de verbintenis en deden voorkomen dat de voorwaarden voor lidmaatschap plotseling waren veranderd. Ook het feit dat zij verklaarden dat er niets heimelijk was aan de verbintenis, terwijl alle bijkantoren hierover geďnformeerd moesten worden omdat zij hiervan niet op de hoogte waren. Ja, Jehovah had afschuwelijke dingen gezien: “overspel plegen en in de leugen wandelen”.
Deze walgelijkheden zijn in Jehovah’s ogen zo slecht dat hij hen allen vergelijkt “…als Sodom, en haar inwoners als Gomorra.”
Ja, zoals de profetie te kennen geeft is de afvalligheid niet beperkt gebleven tot de slaaf zelf ( profeten), die verantwoordelijk is voor het uitdelen van geestelijke voedsel. Juist door hun onderwijs is de afvalligheid als een olievlek verspreid over het gehele volk.
Zij profeteren overeenkomstig hun eigen wens en maken door middel van hun onderwijs dat JG menen reeds in een goedgekeurde verhouding met God te staan.
Dit wordt vooral ondersteunt door de leerstelling dat we reeds in het ‘geestelijk paradijs’ leven. Doordat ons geleerd wordt dat de slaaf reeds de toets heeft doorstaan, maakt het dat we niet waakzaam meer zijn en worden we niet gewaarschuwd voor het oordeel dat eerst bij het ‘huis van God’ zal beginnen, gelijk in het visioen van Ezechiël 9: 6; “…en bij mijn heiligdom dient GIJ te beginnen.” Dus begonnen zij bij de oude mannen die vóór het huis waren.”; wordt beschreven. Dit alles maakt ons als Gods volk tot iets vergankelijks, iets ijdels.
Daarom lijkt de raad in de profetie voor ons als JG bijzonder actueel en treffend geformuleerd:
“Dit heeft Jehovah der legerscharen gezegd: „Luistert niet naar de woorden van de profeten die tot U profeteren. Zij maken dat GIJ tot ijdelheid wordt. Het visioen van hun eigen hart spreken zij — niet uit de mond van Jehovah. Zij zeggen steeds tot degenen die mij met minachting bejegenen: ’Jehovah heeft gesproken: „Vrede zult GIJ krijgen.”’ En [tot] een ieder die wandelt in de verstoktheid van zijn hart hebben zij gezegd: ’Geen rampspoed zal ulieden overkomen.’” ( vs. 16, 17)
Wanneer we het bovenstaande in ogenschouw nemen kunnen we begrijpen dat Gods woede alleen maar begrijpelijk en vanzelfsprekend is.
Terecht kunnen we ons de volgende vraag stellen: Is er nog wel hoop voor het geestelijke Israël, en Gods volk als geheel wanneer Jehovah hun slechtheid vergelijkt met Sodom en Gomorra?
We weten immers wat Jehovah in de oudheid met deze twee steden deed.
In het 30ste hoofdstuk beschrijft Jeremia hoe Zijn kijk op de zaak is,: “„Want ik ben met u”, is de uitspraak van Jehovah, „om u te redden; maar ik zal een verdelging aanrichten onder al de natiën waarheen ik u verstrooid heb. In uw geval zal ik echter geen verdelging aanrichten. En ik zal u in de juiste mate moeten corrigeren, daar ik u geenszins ongestraft zal laten.”” (vs. 11)
Hoewel ‘de grote verdrukking’ een ware tijd van benauwdheid voor Jehovah’s volk zal betekenen, zal het nodig zijn om ons “in de juiste mate [te] corrigeren” van de afvalligheid die is uitgegaan van de hedendaagse profeten van JG ( de slaaf ). Vanwaar die relatief wat milde straf?
Hoofdstuk 30 eindigt met nagenoeg dezelfde woorden als waar we de bespreking van hoofdstuk 23 mee begonnen, namelijk: het losbarsten van de storm van Jehovah als louter woede, inclusief de uitdrukking: “In het laatst der dagen zult GIJ daarop letten.”
Het volgende hoofdstuk begint dan met de woorden:
“„In die tijd”, is de uitspraak van Jehovah, „zal ik God worden voor al de families van Israël; en wat hen betreft, zij zullen mijn volk worden.”” ( 31: 1)
Ja, wanneer de correctie tijdens die grote verdrukking, in het laatst der dagen is aangebracht, zal Jehovah optreden ten behoeve van zijn verbondsvolk.
Wat beweegt Jehovah dit te doen? De profetie vervolgt: “Van verre is Jehovah zelf mij verschenen [waarop hij zei:] „En met een liefde tot onbepaalde tijd heb ik u liefgehad. Daarom heb ik u getrokken met liefderijke goedheid. Alsnog zal ik u herbouwen en gij zult werkelijk herbouwd worden, o maagd van Israël. Gij zult u nog tooien met uw tamboerijnen en werkelijk uitgaan in de dans der lachenden.”” (vs.3, 4)
De profetie geeft aan dat het Jehovah’s liefde tot onbepaalde tijd is waarmee Hij zijn volk heeft liefgehad. Volgens de voetnoot kan de uitdrukking ‘met liefderijke goedheid’ ook vertaald worden met ‘loyale liefde’. Dat vormt dan kennelijk de sleutel, de onvoorwaardelijke en trouwe liefde van Jehovah’s zijde aan Zijn verbondsvolk maakt het mogelijk dat Gods volk evenals in het verleden, in de toekomst barmhartig vergeving zal worden geschonken.
Merk alsjeblieft op dat Jehovah het geestelijke overspel van zijn volk zodanig reinigt, dat Hij zelfs spreekt van “..o maagd van Israël”.
Die trouwe of loyale liefde vond zijn oorsprong bij de aartsvader Abram. Jehovah ging met hem een eeuwigdurend verbond aan om zijn nageslacht te zegenen ” „Wat mij betreft, zie! mijn verbond is met u, en gij zult stellig een vader van een menigte natiën worden. En uw naam zal niet meer Abram worden genoemd, en uw naam moet Abraham worden, want tot een vader van een menigte natiën wil ik u maken. En ik wil u zeer, zeer vruchtbaar maken en wil u tot natiën doen worden, en koningen zullen uit u voortkomen. En ik wil mijn verbond gestand doen tussen mij en u en uw zaad na u overeenkomstig hun geslachten, als een verbond tot onbepaalde tijd, om mij aan u en aan uw zaad na u als God te doen kennen.” ( Ge. 17: 4 -7)
Jehovah is die belofte nog altijd niet vergeten en Hij zal blijkens Jeremia’s profetie in het laatst der dagen daadwerkelijk worden vervuld.
Destijds, in Jeremia’s dagen heeft Hij met prachtige vergelijkingen garanties gegeven voor die beloften: “Dit heeft Jehovah gezegd, die de zon geeft tot een licht overdag, de inzettingen van de maan en de sterren tot een licht in de nacht, die de zee opzweept, opdat haar golven onstuimig worden, wiens naam Jehovah der legerscharen is: „’Indien deze voorschriften van voor mijn aangezicht verwijderd konden worden’, is de uitspraak van Jehovah, ’zou het ook mogelijk zijn dat zij die het zaad van Israël zijn, niet langer voor altijd een natie voor mijn aangezicht blijken te zijn.’”
Dit heeft Jehovah gezegd: „’Indien de hemel boven gemeten kon worden en de grondvesten van de aarde beneden doorvorst konden worden, zou het ook mogelijk zijn dat ikzelf het gehele zaad van Israël verwerp wegens alles wat zij hebben gedaan’, is de uitspraak van Jehovah.” (Jer. 31: 35 -37)
Aangezien het onredelijk zou zijn te geloven dat deze hemellichamen verwijdert kunnen worden, is het eveneens onredelijk te verwachten dat Jehovah zijn verbondsvolk voor eeuwig zou verstoten.
En zoals vers 37 het vergelijkt: Daar het onmogelijk is de hemel te meten, of de grondvesten van de aarde te doorgronden, is tevens onmogelijk dat Jehovah het gehele zaad van Israël zou verwerpen.
De apostel Paulus beredeneerde dit eveneens in zijn brief aan de Romeinen ( zie: http://www.paradise-cafe.nl/viewtopic.php?t=214)
Conclusie:
We hebben gezien dat de huidige misstanden onder JG kennelijk een vervulling vormen van de door Jeremia opgetekende woorden. In plaats van te twijfelen aan het feit of wij Gods volk zijn, leveren deze ernstige misstanden binnen Gods huisgezin juist het overtuigende bewijs dat JG werkelijk Gods volk zijn.
We kunnen nu wellicht beter de waarde begrijpen waarom Petrus onder inspiratie optekende: “Dientengevolge is het profetische woord voor ons des te vaster [gemaakt], en GIJ doet goed er acht op te geven als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en er een dagster opgaat, in UW hart”
Ja, geliefde broeders en zusters, door acht te geven op het profetische woord, helpt ons in deze turbulente tijd te begrijpen wat de betekenis is van dingen die in onze organisatie plaatsvinden, totdat Jezus’ tegenwoordigheid een einde zal maken aan de afval binnen Gods gemeente. Dit begrip zal ons in de tussenliggende tijd niet van streek maken maar veeleer ons sterken om Jehovah getrouw te blijven dienen.
Jullie broer,
Syntelia